ECLI:NL:RBZWB:2021:5584
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit UWV
Verzoeker diende op 6 juni 2021 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op zijn aanvraag van 16 maart 2021 om een WIA-uitkering. Op 10 juni 2021 nam het UWV alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep terecht was ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan het verzoek tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval proceskosten toewijzen. Gezien de aard van de zaak, die als licht werd aangemerkt volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, stelde de rechtbank de proceskosten vast op €374.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van €49 te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 november 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €374.