Eiser, werkzaam als fulltime schoonmaker, viel uit op 20 november 2018 wegens fysieke en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het UWV deze uitkering per 6 januari 2020, later gewijzigd naar 1 oktober 2020 na bezwaar van eiser.
De medische beoordeling door een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat eiser beperkingen heeft, maar nog belastbaar is voor licht fysiek werk en functies passend bij zijn beperkingen. Eiser betwistte dit en verzocht om een onafhankelijke deskundige, maar de rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiser geschikt is voor functies als administratief medewerker notaris, productiemedewerker textiel en schadecorrespondent. De rechtbank oordeelde dat deze functies passend zijn en dat eiser op basis daarvan meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Omdat de Ziektewet-uitkering alleen wordt toegekend bij een verdiencapaciteit van maximaal 65%, heeft het UWV de uitkering terecht beëindigd per 1 oktober 2020. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard.