ECLI:NL:RBZWB:2021:5595
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin een terugvordering van €4.886,68 werd opgelegd. Na bezwaar wijzigde het UWV het besluit en kwam daarmee tegemoet aan verzoekster, waardoor het beroep werd ingetrokken. Verzoekster vroeg vervolgens vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot proceskostenvergoeding. Omdat het UWV reeds proceskosten voor de bezwaarfase had toegekend, beperkte de rechtbank haar beoordeling tot de beroepsfase.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en stelde de kosten op €748,- vast, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €360,- door het UWV vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster over de beroepsfase tot €748,-.