ECLI:NL:RBZWB:2021:5614

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 november 2021
Publicatiedatum
5 november 2021
Zaaknummer
BRE 20/292
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding kosten taxatierapport door niet-geregistreerde taxateur bij WOZ-waarde

De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning vast op €320.000 voor 2019 en verlaagde deze na bezwaar tot €295.000. Belanghebbende vroeg daarnaast vergoeding van de kosten van een taxatierapport van €256,52, opgesteld door een niet in het NRVT geregistreerde taxateur van Previcus. De heffingsambtenaar wees dit verzoek af.

De rechtbank oordeelde dat het taxatierapport niet door een deskundige in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht was opgesteld. Hoewel de taxateur een interne WOZ-cursus had gevolgd, was onvoldoende aangetoond dat deze opleiding vergelijkbaar was met een externe, erkende opleiding. Ook ontbrak relevante werkervaring. De rechtbank volgde de jurisprudentie dat een niet-geregistreerde taxateur slechts als deskundige kan gelden indien opleiding en ervaring vergelijkbaar zijn met een geregistreerde taxateur.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om vergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door rechter Marsé op 4 november 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van taxatiekosten wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
Zaaknummer BRE 20/292
Uitspraak van 4 november 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, verweerder.

1.Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 31 januari 2019 de WOZ-waarde van de onroerende zaak [De woning] te [woonplaats] voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 320.000. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting 2019 bekendgemaakt. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
In de uitspraak op bezwaar van 5 december 2019 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar gegrond verklaard, de vastgestelde waarde verminderd tot € 295.000 en belanghebbende een kostenvergoeding toegekend voor een bedrag van € 508. De heffingsambtenaar heeft het verzoek van belanghebbende om vergoeding van de kosten voor het opstellen van een taxatierapport afgewezen. Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 september 2021. Hierbij was namens belanghebbende aanwezig A. van den Dool, verbonden aan Previcus Vastgoed (Previcus) te Boxmeer. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door [Heffingsambtenaar] .

2.Overwegingen

2.1.
Ter onderbouwing van de door haar bepleite waarde heeft belanghebbende in de bezwaarfase een taxatierapport overgelegd, opgemaakt op 30 april 2019, waarin de onroerende zaak wordt getaxeerd op € 271.000. De taxatie is uitgevoerd door [taxateur], werkzaam bij Previcus.
2.2.
[taxateur] is niet geregistreerd in het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT). [taxateur] is in maart 2019 in dienst getreden bij Previcus.
2.3.
In beroep is uitsluitend in geschil of de heffingsambtenaar terecht het verzoek om vergoeding van de kosten van het taxatierapport heeft afgewezen. Meer specifiek is in geschil of het taxatierapport is opgesteld door een deskundige als bedoeld in artikel 1, letter b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna respectievelijk: deskundige en het Besluit).
2.4.
Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van de kosten voor het opstellen van het taxatierapport tot een bedrag € 256,52 (inclusief btw). Bij de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar dit verzoek afgewezen omdat het taxatierapport niet is opgesteld door een geregistreerd taxateur.
2.5.
Op grond van artikel 7:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden, op verzoek, door het bestuursorgaan de kosten vergoed die een belanghebbende in de bezwaarfase redelijkerwijs heeft moeten maken. Belanghebbende heeft daarom verzocht. In het Besluit is vermeld welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder onder artikel 1, letter b, de kosten van een “deskundige”. Noch de Awb noch het Besluit bevat een definitie van het begrip “deskundige”.
2.6.
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in haar uitspraak van 15 november 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:4638), waarnaar de heffingsambtenaar ook heeft verwezen, het volgende overwogen:
“4.6. (..)
Verder stelt het Hof voorop dat bij de hierna geformuleerde uitgangspunten voor ogen moet worden gehouden dat afwijkingen steeds mogelijk zijn, al naar gelang de omstandigheden van het concrete geval.”
(..)
4.6.8.2. Voor een ingebracht deskundigenrapport in WOZ-zaken gelden de uitgangspunten voor de vergoeding volgens de Richtlijn per 1 juli 2018 (Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, Raad voor de Rechtspraak, Staatscourant 2018, 28796).
(..)
4.6.8.4. Of een ingebracht (taxatie)rapport als een deskundigenrapport kan worden aangemerkt, is niet aan de hand van algemene richtsnoeren te beoordelen. Als ondergrens heeft te gelden dat het is opgesteld door een terzake deskundige, dus geregistreerd taxateur, dan wel onder diens verantwoordelijkheid, waarvan uit de medeondertekening van het rapport moet blijken (..)”
2.7.
De rechtbank overweegt dat het Gerechtshof in voornoemde uitspraak in onderdeel 4.6.8.4. weliswaar een richtlijn heeft gegeven voor het antwoord op de vraag wanneer in het geval van een WOZ-taxatie de betreffende taxateur als deskundige kan worden aangemerkt, maar dat deze richtlijn, gelet op 4.6 van diezelfde uitspraak, niet absoluut is. In een specifieke situatie waarin de deskundigheid van een niet-geregistreerde taxateur op basis van opleiding en ervaring vergelijkbaar moet worden geacht met een wel geregistreerd taxateur, kan ook die niet-geregistreerde taxateur naar het oordeel van de rechtbank als deskundige worden aangemerkt.
Belanghebbende heeft in dat kader gesteld dat de [taxateur] is opgeleid door middel van een interne WOZ-cursus en dat hij voor deze cursus ook het diploma heeft behaald. Op grond daarvan is hij intern bij Previcus geregistreerd als taxateur. Deze cursus is volgens belanghebbende van hetzelfde niveau als een externe opleiding, maar dan meer specifiek gericht op de werkzaamheden binnen Previcus. Het betreft een cursus van tien uren, waarvan ongeveer de helft wordt besteed aan het juridische deel en de andere helft aan het onderdeel taxeren.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende, na de gemotiveerde betwisting door de heffingsambtenaar, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de interne cursus vergelijkbaar is met een externe en onafhankelijk gewaarborgde opleiding. Zo heeft belanghebbende niet voldoende inzichtelijk gemaakt waar de interne cursus bij Previcus uit bestaat, wat de vereisten zijn om een dergelijke opleiding te starten, wat het opleidingsniveau is na afronding van de interne cursus en hoe de kwaliteit van deze cursus wordt gewaarborgd. De heffingsambtenaar heeft bovendien gemotiveerd gesteld dat [taxateur] voordat hij bij Previcus in dienst trad geen relevante werkervaring had opgedaan of opleiding in de richting van taxateur had genoten. Belanghebbende heeft dit desgevraagd niet betwist. Gelet hierop en gelet op het feit dat hij slechts twee maanden bij Previcus in dienst was, stelt de rechtbank vast dat [taxateur] niet beschikte over een gedegen opleiding en uitzonderlijk veel ervaring op het gebied van het taxeren van vastgoed, waardoor het ontbreken van een NRVT-registratie zou worden kunnen gecompenseerd.
2.8.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat [taxateur] niet kwalificeert als deskundige in de zin van artikel 1, letter b, van het Besluit. De verwijzing van belanghebbende naar de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juni 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:6067) baat haar niet. In deze uitspraak is geoordeeld dat een door een medewerker van Previcus opgemaakt taxatierapport voor vergoeding in aanmerking diende te komen. In de uitspraak heeft het gerechtshof echter geconcludeerd dat belanghebbende onweersproken heeft gesteld dat de medewerker al jaren werkzaam was voor Previcus als WOZ-consultant en dat hij vaak taxatierapporten opstelt. In onderhavige zaak heeft de heffingsambtenaar de ervaring en het opleidingsniveau van [taxateur] wel gemotiveerd betwist, waardoor de rechtbank in deze zaak tot een ander oordeel komt.
2.9.
Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank het beroep ongegrond zal verklaren. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, rechter, in aanwezigheid van drs. L. Mattijssen, griffier, op 4 november 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.