Belanghebbende parkeerde op 7 oktober 2020 haar auto kortstondig op een parkeervak aan de Boschstraat te Breda, een locatie waar de eerste 15 minuten parkeren gratis is. Tijdens een controle werd geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd.
Belanghebbende verklaarde dat zij haar auto slechts ongeveer één minuut had stilgezet om haar nichtje te laten instappen, waarna zij samen naar een parkeerplek met gratis parkeren aan de achterzijde van de woning reden. De rechtbank achtte deze verklaring geloofwaardig en stelde vast dat de heffingsambtenaar deze situatie niet betwistte.
Daarom oordeelde de rechtbank dat geen parkeerbelasting verschuldigd was en verklaarde het beroep gegrond. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de naheffingsaanslag herroepen. Tevens werd bepaald dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt.