ECLI:NL:RBZWB:2021:565
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning IVA-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 30 augustus 2019 betreffende de toekenning van een WGA-uitkering. De rechtbank oordeelde bij tussenuitspraak dat het besluit wegens motiveringsgebrek vernietigd kon worden en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen. Het UWV heeft hiervan gebruik gemaakt en bij een nieuw besluit van 18 november 2020 de IVA-uitkering toegekend per 1 april 2019.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:75a Awb geoordeeld dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van € 1.068,-.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat het griffierecht van € 47,- door het UWV aan verzoeker dient te worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is. De uitspraak is gedaan door rechter V.M. Schotanus op 11 februari 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker van € 1.068,-.