Op 17 november 2018 reed verdachte met een landbouwtrekker met aanhangwagen op de N640 toen de aanhangwagen begon te slingeren en omviel op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer, waarbij het slachtoffer overleed. Verdachte werd primair verweten het ongeval te hebben veroorzaakt door te hard rijden en het rijden over een verhoogde middenberm.
De officier van justitie stelde dat verdachte met een snelheid van 44-46 km/u reed terwijl de maximumsnelheid toen 25 km/u was, en dat hij zijn zorgplicht had geschonden door het voertuig niet te controleren. De verdediging voerde aan dat het rijden met hogere snelheid niet in causaal verband stond met het ongeval en dat verdachte niet wist van een technische voorziening die het ongeval veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat verdachte inderdaad harder reed dan toegestaan en over de middenberm reed, maar dat het ongeval vooral werd veroorzaakt door een onzichtbare voorziening aan de aanhanger die de stabiliteit beïnvloedde. Verdachte was hiervan niet op de hoogte en kon dit ook niet redelijkerwijs weten. Hierdoor ontbrak het vereiste causaal verband tussen zijn gedrag en het ongeval.
Ook het subsidiair tenlastegelegde feit van gevaarzetting werd verworpen omdat de snelheid en het rijden over de vluchtheuvel geen reëel gevaar opleverden, en verdachte niet kon worden verweten van de voorziening. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide tenlasteleggingen.