ECLI:NL:RBZWB:2021:5821
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens verkeerde zonekeuze
Belanghebbende parkeerde op 10 februari 2020 met zijn auto op een locatie in Breda waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting geparkeerd mag worden. Tijdens controle bleek dat onvoldoende parkeerbelasting was voldaan omdat belanghebbende via de Parkmobile-app een verkeerde parkeerzone had geselecteerd. Hierdoor was het betaalde tarief lager dan het geldende tarief op de parkeerlocatie.
De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van € 2,30 vermeerderd met € 64,50 aan kosten. Belanghebbende stelde dat hij niet de intentie had om te weinig te betalen, maar de rechtbank oordeelde dat opzet of schuld niet vereist zijn voor het opleggen van een naheffingsaanslag. Het risico van het selecteren van de verkeerde zone ligt bij de parkeerder.
De rechtbank baseerde zich op artikel 234 van Pro de Gemeentewet, dat het opleggen van een forfaitaire naheffing en kosten mogelijk maakt. Het kostenbedrag was conform het maximale door de staatssecretaris vastgestelde bedrag. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.