ECLI:NL:RBZWB:2021:5824
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting na aanrijding
Belanghebbende parkeerde op 27 augustus 2020 omstreeks 12:37 uur een auto op een parkeerplaats in Breda waar alleen tegen betaling geparkeerd mag worden. Tijdens een controle bleek dat geen parkeerbelasting was voldaan, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat kort voor de controle een aanrijding had plaatsgevonden waarbij schade aan zijn auto ontstond en dat het invullen van het schadeformulier en het daarna inschakelen van de parkeerapp de reden was dat er geen parkeerbelasting was betaald op het moment van controle. De rechtbank stelde vast dat de parkeerbelasting verschuldigd is bij aanvang van het parkeren en dat belanghebbende pas om 12:58 uur de parkeerapp activeerde, terwijl de controle om 12:37 uur plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden geen noodsituatie of overmacht vormden die coulance rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.