ECLI:NL:RBZWB:2021:5828
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting in Breda
Belanghebbende parkeerde op 28 augustus 2020 zonder betaling van parkeerbelasting op een parkeerterrein aan het [straatnaam] in Breda. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van € 2,30 vermeerderd met € 64,50 aan kosten. Belanghebbende voerde aan dat hij niet wist dat het een betaald parkeerterrein betrof omdat hij geen bebording of parkeerautomaten had gezien, mogelijk onttrokken door grote voertuigen en werklui.
De rechtbank stelde vast dat het parkeerterrein volgens de parkeerverordening en het aanwijzingsbesluit als betaald parkeergebied is aangewezen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende had moeten weten dat er betaald parkeren geldt, mede omdat hij onderweg langs een parkeerzonebord was gereden dat de parkeerzone aanduidt. Het ontbreken van bebording bij het parkeerterrein zelf deed hieraan niet af.
Daarnaast toonden foto's van de parkeercontrole een parkeerautomaat die zichtbaar was, wat de verplichting tot betaling verder verduidelijkte. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag had opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.