ECLI:NL:RBZWB:2021:5832
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Tilburg
Belanghebbende parkeerde op 22 januari 2020 zonder betaling van de parkeerbelasting op een parkeerplaats in Tilburg. De heffingsambtenaar legde daarop een naheffingsaanslag op aan de echtgenote van belanghebbende, op wiens naam de auto stond. Hoewel belanghebbende de naheffingsaanslag later tijdig betaalde, werden aanmaningskosten in rekening gebracht door de invorderingsambtenaar, die deze kosten vervolgens introk.
Belanghebbende stelde dat de naheffingsaanslag ongedaan was gemaakt vanwege de tijdige betaling, maar de rechtbank stelde vast dat de intrekking van de aanmaningskosten door de invorderingsambtenaar niet gelijkstaat aan het intrekken van de naheffingsaanslag door de heffingsambtenaar. De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat de parkeerbelasting ten tijde van de controle niet was voldaan.
De naheffingsaanslag bestond uit het uurtarief van €1,00 en naheffingskosten van €54,00, welke kosten binnen de wettelijke grenzen vallen volgens het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen 2020. De rechtbank zag geen aanleiding om het beroep toe te wijzen of proceskosten toe te kennen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard.