Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende] wonende te [woonplaats], belanghebbende,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag, waarbij een kostenvergoeding werd toegekend voor de bezwaarfase.
In het beroep stond de hoogte van de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase en beroepsfase centraal. De rechtbank stelde vast dat de zaak licht van aard was, gezien de aard van de naheffingsaanslag en het geschil over proceskosten. De rechtbank bepaalde de wegingsfactor voor beide fases op 0,5, wat resulteerde in een totale proceskostenvergoeding van €639.
De gemachtigde van belanghebbende had tijdens de zitting via beeldbellen niet tijdig deelgenomen, maar de rechtbank wees het verzoek om uitstel af omdat de zitting binnen het geplande tijdsbestek viel. De rechtbank besloot ook dat het door belanghebbende betaalde griffierecht van €49 vergoed moet worden. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en verklaart het beroep gegrond.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €639 proceskostenvergoeding en vergoeding van het griffierecht van €49 aan belanghebbende.