ECLI:NL:RBZWB:2021:5866
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kostenvergoeding na naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende parkeerde op 4 november 2020 zonder direct te betalen op een parkeerplaats waar parkeerbelasting verplicht is. Tijdens controle werd geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd. Belanghebbende betaalde de belasting binnen 12 minuten na het parkeren en overhandigde betaalbewijzen, waarop de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag vernietigde.
Belanghebbende vorderde een kostenvergoeding voor de bezwaarfase, maar de heffingsambtenaar wees dit af omdat geen sprake was van een aan hem te wijten onrechtmatigheid. De rechtbank bevestigde dit oordeel, omdat de naheffingsaanslag rechtmatig was opgelegd en slechts op basis van het achteraf betaalde bewijs werd vernietigd.
Daarnaast speelde een procedureel geschil over het verzoek van de gemachtigde om de zitting via beeldbellen te houden en een uitstelverzoek vanwege medische omstandigheden. De rechtbank wees het uitstelverzoek af omdat de gemachtigde zich niet beschikbaar hield binnen de geplande zittingstijd en geen contact opnam.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de kostenvergoeding terecht was geweigerd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 12 november 2021 in Breda.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om kostenvergoeding afgewezen wegens het ontbreken van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.