Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2021 in de zaak tussen
[naam eiser 2],
[naam eiser 3]en
[naam eiser 4], te Tilburg, eisers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg verleende op 15 mei 2020 een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een mountainbikeroute. Eisers dienden op 29 juni 2020 een bezwaarschrift in tegen dit besluit, dat door het college als te laat werd beschouwd en daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
Eisers voerden aan dat zij niet tijdig op de hoogte waren gesteld van het besluit en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De rechtbank oordeelde dat het besluit op juiste wijze bekend was gemaakt door toezending aan de aanvrager en publicatie in het Gemeenteblad. De bezwaartermijn begon op 16 mei 2020 en eindigde op 26 juni 2020, waarna het bezwaarschrift werd ingediend.
Hoewel er sprake was van een verkeerde verzenddatum in de publicatie, had het college dit hersteld door het besluit op 4 juni 2020 per e-mail aan eisers te zenden. De rechtbank vond dat eisers voldoende tijd hadden om bezwaar te maken en dat er geen verschoonbare termijnoverschrijding was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.