ECLI:NL:RBZWB:2021:5896
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking uitkering niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg waarbij haar recht op uitkering is ingetrokken. Tevens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het intrekken van de uitkering te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten dat een zitting achterwege kon blijven. Vervolgens is vastgesteld dat verzoekster niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro, omdat zij niet binnen de gestelde termijn een ondertekend verzoekschrift, een kopie van het bestreden besluit en een kopie van het bezwaarschrift heeft ingediend.
Ondanks een schriftelijke termijnverlening heeft verzoekster niet gereageerd. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanleveren van vereiste stukken.