ECLI:NL:RBZWB:2021:5896

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 november 2021
Publicatiedatum
18 november 2021
Zaaknummer
AWB- 21_4668 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking uitkering niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg waarbij haar recht op uitkering is ingetrokken. Tevens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het intrekken van de uitkering te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten dat een zitting achterwege kon blijven. Vervolgens is vastgesteld dat verzoekster niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro, omdat zij niet binnen de gestelde termijn een ondertekend verzoekschrift, een kopie van het bestreden besluit en een kopie van het bezwaarschrift heeft ingediend.

Ondanks een schriftelijke termijnverlening heeft verzoekster niet gereageerd. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanleveren van vereiste stukken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/4668 PW VV

uitspraak van 17 november 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college waarbij haar recht op uitkering is ingetrokken. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Artikel 8:81 van Pro de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:6 van Pro de Awb, bepaalt dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk kan worden verklaard, als niet is voldaan aan artikel 6:5 van Pro de Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van een verzoek. De indiener van het verzoek moet dan wel de gelegenheid hebben gehad het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.
2. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat niet aan alle vereisten werd voldaan en verzoekster daarom bij brief van 3 november 2021 een termijn gegund om een ondertekend verzoekschrift, een kopie van het besluit waarmee het verzoek om een voorlopige voorziening verband houdt en een kopie van het bezwaarschrift, over te leggen. De voorzieningenrechter stelt vast dat binnen de gestelde termijn van een week na 3 november 2021 geen ondertekend verzoekschrift, kopie van het bestreden besluit en kopie van het bezwaarschrift is ontvangen. Verzoekster heeft in het geheel niet gereageerd op het verzoek van 3 november 2021.
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 17 november 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak mede te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.