ECLI:NL:RBZWB:2021:5899
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens verblijf in het buitenland na coronaperiode
Eiser vroeg op 24 februari 2020 een WW-uitkering aan, die met ingang van 2 maart 2020 werd toegekend. Hij verbleef in Spanje en kreeg toestemming om daar tijdelijk als zelfstandige te onderzoeken. Vanwege coronareisbeperkingen werd de uitsluitingsgrond verblijf buitenland niet strikt toegepast.
Vanaf 23 juli 2020 werden de reisbeperkingen vrijwel opgeheven en paste het UWV weer de reguliere beoordeling toe, waardoor eiser over de periode van 23 juli tot en met 14 augustus 2020 geen WW-uitkering kreeg. Eiser stelde dat hij onvoldoende was geïnformeerd over deze wijziging en dat hij pas op 15 juli had laten weten op 15 augustus terug te keren.
De rechtbank oordeelde dat ondanks gebrekkige communicatie het UWV terecht de uitsluitingsgrond toepaste, omdat eiser anders dan wegens vakantie in het buitenland verbleef. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om geen WW-uitkering toe te kennen over de periode van verblijf in het buitenland na 23 juli 2020 wordt ongegrond verklaard.