ECLI:NL:RBZWB:2021:5902
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning WIA-uitkering
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 23 mei 2019 waarin een WIA-uitkering werd geweigerd. Het UWV heeft dit besluit op 19 mei 2021 gewijzigd en alsnog een IVA-uitkering toegekend met ingang van 26 december 2018. Hierop heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenveroordeling zonder zitting behandeld, omdat het UWV niet heeft gereageerd. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep tegemoetkomt. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is en veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 2.404,-, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in bezwaar en beroep. Het griffierecht van € 47,- wordt door het UWV rechtstreeks aan verzoekster vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 17 november 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.404,- na toekenning van de WIA-uitkering.