ECLI:NL:RBZWB:2021:5916

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 november 2021
Publicatiedatum
19 november 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 10381
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8 Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Middelburg 2020Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting Middelburg

Belanghebbende parkeerde op 6 november 2020 in een betaald parkeergebied aan de [straatnaam] te Middelburg zonder de parkeerbelasting daadwerkelijk te voldoen. Hoewel zij een kaartje ontving na een mislukte betaling bij een defecte parkeerautomaat, was dit kaartje geen bewijs van betaling.

De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op, die belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelde dat het op de weg van belanghebbende lag om het kaartje te controleren, waaruit duidelijk bleek dat de transactie was afgebroken en geen geldige parkeerkaart was verstrekt.

De rechtbank verwierp het verweer dat sprake was van een boete en wees het beroep af. De naheffingsaanslag was terecht en het bedrag conform de geldende verordening. De omstandigheden, zoals de aandacht voor haar dochter, rechtvaardigden geen afwijking van het bedrag.

De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 3 november 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
Locatie: Middelburg
Zaaknummer BRE 20/10381
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 3 november van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] , belanghebbende,
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Middelburg,

de heffingsambtenaar.

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met dagtekening 6 november 2020 en aanslagnummer [aanslagnummer] (hierna: de naheffingsaanslag).
Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 30 november 2020 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 november 2021. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] .
Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 27 juli 2021 aan belanghebbende op het adres [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 7 augustus 2021 is afgehaald bij een afhaallocatie van PostNL, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

Overwegingen

Feiten
1. De auto met kenteken [kenteken] stond op 6 november 2020 omstreeks 15:51 uur stil op een parkeerplaats aan de [straatnaam] in Middelburg. Deze locatie is door het college van burgemeester en wethouders aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. [1] Tijdens een controle op voornoemde datum en tijd is door parkeercontroleurs geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.
2. Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 66,90, bestaande uit een bedrag aan belasting van € 2,40 en € 64,50 aan kosten van de naheffingsaanslag.
Geschil
3. In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd.
Standpunt belanghebbende
4. Belanghebbende voert aan dat zij de intentie had om de parkeerbelasting te voldoen. De eerste poging daartoe is afgebroken. Bij de tweede poging kreeg zij een kaartje en zij heeft dit achter de voorruit van de auto gelegd, zonder erop te kijken. Doordat verschillende steden ook verschillende kaartjes hebben, was haar niet opgevallen dat de tekst op het kaartje anders was. Haar aandacht ging naar haar dochter die bij haar was. Zij betreurt het dat zij beboet wordt voor het niet goed kijken op het kaartje.
Standpunt heffingsambtenaar
5. Volgens de heffingsambtenaar is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Bij de [straatnaam] staan twee parkeerautomaten, met de nummers 7 en 27. Uit navraag bij parkeerbeheer is gebleken dat parkeerautomaat 27, waar belanghebbende parkeerbelasting wilde voldoen, een storing met pintransacties had, maar wel contante betalingen verwerkte. Parkeerautomaat 7 had die dag geen storingen. Op de parkeerautomaat staat vermeld dat bij storing bij een andere automaat betaald kan worden. Dat belanghebbende geen aandacht heeft geschonken aan de tekst op het kaartje, dient voor haar rekening en risico te blijven.
Beoordeling
6. Niet in geschil is dat belanghebbende heeft geparkeerd aan de [straatnaam] te Middelburg en dat deze straat zich bevindt in een betaald parkeerzone.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of belanghebbende kan worden verweten dat zij de parkeerbelasting niet heeft voldaan.
Belanghebbende dacht dat zij parkeerbelasting had betaald, toen er een kaartje uit de parkeerautomaat kwam. Achteraf is haar echter gebleken dat op haar bankrekening geen afschrijving stond van de verschuldigde parkeerbelasting. Daaruit volgt dat zij heeft geparkeerd zonder parkeerbelasting te hebben voldaan. Hoewel zij uiteindelijk een kaartje ontving, kon zij daaraan naar het oordeel van de rechtbank niet het vertrouwen ontlenen dat daarmee de parkeerbelasting ook daadwerkelijk was betaald. Op het kaartje staat immers duidelijk vermeld dat het geen parkeerkaart is en dat de transactie is afgebroken. Ook wordt daarop geen tijd vermeld tot wanneer geparkeerd mocht worden. Hieruit blijkt ondubbelzinnig dat geen sprake is van een geldige parkeerkaart. De vermelding van een datum en een bedrag van € 4,80 op het kaartje doet aan het voorgaande niet af. Het lag op de weg van belanghebbende om het kaartje te controleren voordat zij dit achter de voorruit plaatste. Dan had zij direct kunnen zien dat de betaling niet was gelukt. De verantwoordelijkheid voor de verschuldigdheid van parkeerbelasting ligt immers bij belanghebbende als parkeerder.
De rechtbank volgt belanghebbende niet in haar standpunt dat sprake is van een boete. Nu geen sprake is van een boete, kan de rechtbank evenmin de proportionaliteit om die reden toetsen. Het gaat hier om naheffing van parkeerbelasting verhoogd met kosten. Het bedrag van de naheffingsaanslag is juist vastgesteld en wordt door belanghebbende niet betwist. Ook kan de rechtbank niet in de omstandigheden van het geval (de aandacht voor haar dochter) aanleiding zien om af te wijken van bedragen die uit de Verordening en de tarieventabel volgen. De Gemeentewet noch de Verordening biedt daartoe de mogelijkheid.
Nu belanghebbende heeft geparkeerd zonder parkeerbelasting te betalen, is terecht en voor een juist bedrag een naheffingsaanslag opgelegd.
Conclusie
7. Gelet op het vorenstaande zal het beroep ongegrond worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 3 november 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Zie artikel 8 van Pro de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Middelburg 2020 (hierna: de Verordening) gelezen in samenhang met het Besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van plaatsen en werkingsduur betaald parkeren.