ECLI:NL:RBZWB:2021:5922
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens parkeren zonder betaling in normaal vak
Belanghebbende ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat haar auto op 17 augustus 2020 zonder betaling geparkeerd stond in een normaal parkeervak aan een straat in Breda. Belanghebbende, invalide en met een invalidenparkeerkaart, meende ten onrechte bekeurd te zijn omdat zij dacht op een invalidenparkeerplaats te staan. De heffingsambtenaar stelde dat de naheffingsaanslag terecht was omdat parkeren in een normaal vak zonder betaling niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat het parkeren in een normaal vak zonder betaling inderdaad leidt tot een naheffingsaanslag. Het standpunt van belanghebbende dat een naheffingsaanslag pas kan worden opgelegd na staande houding werd verworpen, omdat dit betrekking heeft op administratieve sancties onder de Wet Mulder en niet op parkeerbelasting.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.