Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
tussenuitspraak van 22 november 2021 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
1. Feiten
- overschrijdingen van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen, de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm,
- het niet voldoen aan de eigen mestverwerkingsplicht en de mestverwerkingsplicht in het kader van de Verantwoorde Groei Melkveehouderij,
- het niet naar waarheid bijhouden van een inzichtelijke administratie en het niet naar waarheid verstrekken van de gevraagde gegevens in het jaar 2016 met een totaalbedrag van € 43.948,90.
- het is na de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 18 december 2018 over het zogenoemde kenbaarheidsvereiste niet meer mogelijk om een boete op te leggen;
- het is wel aannemelijk dat op 15 december 2016 een vracht dikke fractie is afgevoerd met de opgegeven stikstof- en fosfaatgehaltes:
- het is in strijd met Europese en internationale rechten van de mens om er bij het opleggen van de boetes vanuit te gaan dat helemaal geen stikstof en fosfaat is afgevoerd;
- de matiging van de redelijke termijn is ten onrechte gemaximeerd;
- eiseres wordt twee keer gestraft voor hetzelfde feit;
- het totaal aan boetes is te hoog.
Bestuurlijke lus
Beslissing
- stelt de minister in de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen binnen 6 weken na de dag van verzending van deze tussenuitspraak, met inachtneming van wat in deze tussenuitspraak is overwogen;
- draagt de minister op om, las geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen, dat binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak aan de rechtbank mee te delen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.