ECLI:NL:RBZWB:2021:600
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bouwen hotel en reclamemast
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een hotel en het aanleggen van een in-/uitrit op een locatie. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening en een bouwstop voor een reclamemast die op grond van een eerdere vergunning van rechtswege was verleend.
De voorzieningenrechter overwoog dat een herhaald verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die een andere uitkomst rechtvaardigen. Verzoekster bracht geen relevante nieuwe gronden naar voren. Ook het spoedeisend belang ontbrak, aangezien slechts één vergunning voor dezelfde locatie kan worden benut en de andere vergunning zal worden ingetrokken zodra deze is uitgewerkt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en dat verzoekster de uitkomst van de bodemprocedure moet afwachten. Het verzoek om bouwstop voor de reclamemast werd eveneens afgewezen vanwege het ontbreken van een grondslag om de reeds onherroepelijke vergunning te stoppen.
De uitspraak is gedaan op 12 februari 2021 door de voorzieningenrechter en griffier, en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van een hotel en reclamemast is afgewezen.