ECLI:NL:RBZWB:2021:6031

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
AWB- 21_4827 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning wandelkappen

Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert om een aanvraag omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van wandelkappen buiten behandeling te stellen. De wandelkappen zijn teeltondersteunende bouwwerken voor aardbeien en frambozen, die gedurende enkele maanden op het perceel worden geplaatst en verplaatst.

Het college stelde dat het plaatsen van deze wandelkappen vergunningsvrij is, waarop verzoeker een voorlopige voorziening vroeg om het besluit te schorsen en verwijdering van de wandelkappen te gelasten. De voorzieningenrechter overwoog dat de voorlopige voorzieningprocedure bedoeld is voor spoedeisende gevallen en dat er een zelfstandige spoedeisendheid moet zijn.

Omdat er bezwaar is ingediend en schorsing geen invloed heeft op reeds geplaatste wandelkappen, oordeelde de voorzieningenrechter dat het verzoek te ver gaat en dat het spoedeisend belang van verzoeker vooral ziet op bespoediging van de bezwaarprocedure. Dit is onvoldoende voor een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag omgevingsvergunning voor wandelkappen wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/4827 WABO VV

uitspraak van 26 november 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [woonplaats verzoeker] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 16 september 2021 (bestreden besluit) inzake het buiten behandeling stellen van de aanvraag van [naam aanvrager] voor een omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van wandelkappen aan [adres perceel] in [plaats perceel] .
Hij heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Blijkens de beschrijving zijn de wandelkappen 4 meter hoge teeltondersteunende voorzieningen ten behoeve van de teelt van aardbeien en frambozen. Ze blijven gedurende circa 2 tot maximaal 5 maanden op één plaats op het perceel staan, waarna ze vervolgens naar een ander gedeelte van het perceel worden verplaatst en omvatten op enig moment een oppervlak van maximaal 2,5 hectare. Hiermee ontstaat een roulatiesysteem waardoor gedurende een langere periode gebruik gemaakt kan worden van de wandelkappen en waarmee de teeltomstandigheden worden verbeterd.
3. Verweerder heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat hij van oordeel is dat het plaatsen van de wandelkappen vergunningsvrij is.
4. Verzoeker heeft aangevoerd dat dit rechtsoordeel onjuist is. Volgens hem zijn het bouwwerken die niet zijn uitgezonderd van de vergunningplicht. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht het bestreden besluit te schorsen en verweerder te gebieden om de aanvrager te gelasten die wandelkappen te doen verwijderen en verwijderd te houden totdat op het bezwaar is beslist.
4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu bij verweerder bezwaar aanhangig is, dient de vraag te worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van de beslissing op dat bezwaar. Er dient derhalve sprake te zijn van een zelfstandige spoedeisendheid bij een te treffen voorlopige voorziening en het moet niet alleen gaan om bespoediging van de afdoening van het bezwaar.
5 Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat schorsing van het bestreden besluit niet van invloed is op de reeds geplaatste wandelkappen. Verzoeker heeft weliswaar ook verzocht om de voorziening te treffen dat de aanvrager de wandelkappen moet verwijderen, maar het daartoe treffen van de gevraagde voorziening is een te vergaande maatregel die niet past bij het karakter van de voorlopige voorziening-procedure. Daarbij is van belang dat niet uitgesloten is dat ook na een voorlopig oordeel dat het vergunningplichtige bouwwerken zijn, alsnog omgevingsvergunning verleend zou kunnen worden. De stelling van verzoeker dat een dergelijke vergunning niet verleend kan worden kan in de bodemprocedure aan de orde komen. Verzoeker heeft geen belangen aangevoerd die maken dat hij de uitkomst van die bodemprocedure niet kan afwachten. Desgevraagd heeft verzoeker telefonisch te kennen gegeven dat zijn spoedeisend belang is gelegen in het verkrijgen van een duidelijke vingerwijzing van de voorzieningenrechter dat sprake is van een vergunningplicht zodat verweerder snel aan de slag moet met het vervolg van de procedure. Dit belang ziet echter op de bespoediging van de afdoening van het bezwaar en kan niet gezien worden als een zelfstandig spoedeisend belang.
6. Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het verzoek tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Gelet hierop is er geen grond voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 26 november 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.