Op 3 juli 2020 negeerde verdachte een wegafzetting op de A58 en reed met hoge snelheid richting een weginspecteur, een vrachtwagenchauffeur en een berger die werkzaamheden verrichtten. Hierdoor ontstond een levensgevaarlijke situatie. Verdachte gaf toe de wegafzetting te hebben genegeerd en verklaarde dat zij dacht dat de weg vrij was omdat zij alleen een vrachtwagen op de vluchtstrook zag staan.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden en daardoor levensgevaar voor anderen heeft veroorzaakt. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De rechtbank nam het strafblad en het reclasseringsrapport in overweging, waarin werd gesteld dat verdachte haar eigen aandeel bagatelliseert en niet gemotiveerd is voor hulpverlening.
De rechtbank legde een taakstraf van 80 uur op en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden. De vordering van de benadeelde partij tot immateriële schadevergoeding van €1.400,- werd toegewezen vanwege de ernst van de normschending en de psychische impact op de weginspecteur. Daarnaast werd wettelijke rente toegekend vanaf 3 juli 2020 en werd een gijzeling van 24 dagen bij niet-betaling mogelijk gesteld.
De rechtbank volgde niet het advies van de officier van justitie voor een gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden, maar koos voor een taakstraf en rijontzegging, gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hiermee werd recht gedaan aan de ernst van het gedrag en de gevolgen voor de benadeelde partij.