Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 1 december 2021 van de rechtbank in de zaak tussen
[naam eiser] (eiser), te [plaatsnaam] , gemachtigde: mr. S. Cakal,
Procesverloop
OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden
Wettelijk kader
matig. Dat [naam psycholoog] in zijn rapport spreekt over een
ernstigedepressie op de datum in geding kan daarom niet worden gevolgd. In een aanvullend rapport van verzekeringsarts b&b [naam verzekeringsarts b&b 2] van 30 september 2021 wordt verder uitgebreid en op steekhoudende wijze uiteengezet dat [naam psycholoog] ook aangeeft dat eiser psychische problemen heeft, die zich over de tijd heen en ook afhankelijk van de omgeving wisselend uiten. De vraag is of het beeld dat [naam psycholoog] heeft ook al van toepassing was op de datum in geding. Gelet op de in primo verzamelde informatie en de eerste journaalregels van de huisarts is dit niet het geval. [naam psycholoog] noemt ook nergens een onderzoeksdatum, en hij onderbouwt zijn gedachten nauwelijks met feitelijkheden. In een aanvullend rapport van de verzekeringsarts b&b van 7 oktober 2021 wordt ook steekhoudend gereageerd op de brief van [naam psycholoog] van 24 september 2021, waarin [naam psycholoog] een nadere reactie geeft op het bestreden besluit en het verweerschrift. De verzekeringsarts b&b stelt onder meer terecht dat elke ziekte een wisselend beeld vertoont over de tijd heen, en dat dit ook het geval is bij eisers diagnose. Dat [naam psycholoog] eiser beoordeelde op een moment dat het blijkbaar zeer slecht met eiser ging is geen reden om datgene dat verzekeringsartsen van UWV hebben vastgesteld voor de datum in geding onjuist te achten.