Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende had voor het jaar 2018 een aangifte inkomstenbelasting gedaan met aftrek van specifieke zorgkosten. De inspecteur weigerde deze aftrek en stelde de aanslag vast zonder deze aftrekpost. Belanghebbende diende twee herziene aangiften in met verschillende bedragen aan zorgkosten, waaronder tandartskosten van de echtgenoot.
De rechtbank beoordeelde of de uitgaven voor specifieke zorgkosten aftrekbaar waren. Uitgaven die niet in het belastingjaar zijn gedaan of die worden vergoed door de zorgverzekeraar of het eigen risico zijn niet aftrekbaar. Betalingen die pas in 2019 plaatsvonden konden niet in 2018 worden afgetrokken. Ook was niet aannemelijk dat een contante betaling in 2018 betrekking had op de geclaimde tandartskosten.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de kosten aan de voorwaarden voor aftrek voldeden. Daarom was de weigering van de aftrek door de inspecteur terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek specifieke zorgkosten is ongegrond verklaard.