ECLI:NL:RBZWB:2021:6263
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling burgemeester in proceskosten na opschorting sluitingsbesluit perceel
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester tot sluiting van een perceel met opstallen voor zes maanden. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De burgemeester schortte de uitvoering van het besluit op tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Hierna trok verzoeker het verzoek in en verzocht om veroordeling van de burgemeester in de proceskosten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de burgemeester gedeeltelijk aan het verzoek tegemoet was gekomen door de opschorting. Op grond van de Awb kon de burgemeester daarom worden veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd het griffierecht aan verzoeker terugbetaald.
De voorzieningenrechter corrigeerde het door de burgemeester voorgestelde bedrag voor rechtsbijstand, omdat de waarde per punt was aangepast per 1 juli 2021. Het vastgestelde bedrag aan proceskosten werd € 748,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: De burgemeester wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten aan verzoeker.