De zaak betreft een verzoek tot gezagswijziging en adoptie van een minderjarige geboren via hoogtechnologisch draagmoederschap met een anonieme eiceldonor en gameten van de vader. De draagmoeder, die de zorg bewust aan de wensouders overdroeg, heeft het gezag sinds de geboorte. De vader erkende het kind kort na de geboorte.
De vader verzoekt alleen met het gezag te worden belast, terwijl de wensmoeder adoptie van het kind vraagt. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen bezwaar tegen het verzoek. De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind gediend is met het gezag bij de vader, mede gezien de feitelijke verzorgingssituatie.
Hoewel niet is voldaan aan de wettelijke verzorgingstermijn van een jaar voor adoptie, acht de rechtbank dit in deze bijzondere situatie niet redelijk en wijst het verzoek toe. Na onherroepelijkheid van de adoptie zullen de vader en wensmoeder gezamenlijk het gezag uitoefenen. De familierechtelijke betrekkingen tussen vader en kind blijven behouden.