ECLI:NL:RBZWB:2021:6335
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen aanvraag jeugdhulp en vaststelling dwangsom
Eiseres heeft op 7 juni 2021 een aanvraag voor jeugdhulp voor haar zoon ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van acht weken had beslist, stelde eiseres verweerder op 11 augustus 2021 rechtsgeldig in gebreke. Verweerder besloot uiteindelijk op 22 september 2021 op de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond is, omdat verweerder de beslistermijn overschreed. De rechtbank stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op €777,- voor de periode van 27 augustus tot en met 22 september 2021. De hoogte van de dwangsom is berekend conform de wettelijke regels en op basis van de datum van ingebrekestelling en besluit.
Eiseres is het niet eens met de inhoud van het besluit van 22 september 2021 en heeft daartegen beroep ingesteld. De rechtbank verwijst dit beroep naar verweerder ter behandeling als bezwaar, omdat de inhoudelijke standpunten nog onvoldoende zijn besproken. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €49,- aan eiseres te vergoeden. Er worden geen overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard, een dwangsom van €777,- wordt vastgesteld en het beroep tegen het besluit wordt verwezen naar verweerder ter behandeling als bezwaar.