ECLI:NL:RBZWB:2021:6341
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen Tozo 1 uitkering naar gehuwdennorm voor partners als ZZP’er
Eiser en zijn echtgenote, beiden werkzaam als zelfstandige zonder personeel (ZZP’er), ontvingen gezamenlijk één uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 1) naar de norm van gehuwden. Eiser was het hier niet mee eens en vond het onrechtvaardig dat zij slechts één uitkering kregen, terwijl partners waarbij één partner in loondienst is ook eenmaal een uitkering ontvangen.
De rechtbank overwoog dat de Tozo 1 regeling binnen uitzonderlijke omstandigheden snel is ingevoerd om ZZP’ers te ondersteunen die door de coronacrisis financieel werden getroffen. De regeling is gekoppeld aan de Participatiewet, waardoor partners gezamenlijk als één rechtssubject worden beschouwd en gezamenlijk recht hebben op één uitkering volgens de gehuwdennorm, ook als beiden ZZP’er zijn.
Eiser stelde dat de regeling onredelijk en onbillijk is omdat partners die beiden ZZP’er zijn ook twee uitkeringen zouden moeten krijgen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar feitelijk gericht was tegen het algemeen verbindend voorschrift zelf, waartegen geen beroep mogelijk is, behalve via een beperkte exceptieve toetsing.
De rechtbank concludeerde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor aansluiting bij de gehuwdennorm en daarbij de nadelige gevolgen heeft afgewogen en geaccepteerd. De toetsing door de rechter is terughoudend en de regeling voldoet aan het evenredigheidsbeginsel. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om aan partners die beiden ZZP’er zijn één Tozo 1 uitkering toe te kennen naar de gehuwdennorm is ongegrond verklaard.