ECLI:NL:RBZWB:2021:6357
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen waarin zijn aanvraag voor Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (Tonk) is afgewezen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten geen zitting te houden. Verzoeker werd gevraagd zijn verzoek nader toe te lichten, wat hij ook heeft gedaan.
De voorzieningenrechter constateert dat het bestreden besluit betrekking heeft op een reeds afgesloten periode en dat het verzoek om voorlopige voorziening pas na afloop van deze periode is ingediend. Hierdoor kan in beginsel geen voorlopige voorziening worden getroffen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die hiervan afwijken.
Ook oordeelt de voorzieningenrechter dat het verzoek om maandelijkse voorschotten op een eventuele nabetaling buiten de reikwijdte van het bestreden besluit valt. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Tenslotte is bepaald dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en omdat het verzoek betrekking heeft op een afgesloten periode.