ECLI:NL:RBZWB:2021:6359
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot geheimhouding persoonsgegevens behandelend ambtenaren in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende belastingrecht heeft de inspecteur een verzoek ingediend om bepaalde bijlagen met persoonsgegevens van buitenlandse behandelend ambtenaren geheim te houden op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De bijlagen bevatten namen, e-mailadressen en telefoonnummers van ambtenaren uit Duitsland en Oostenrijk die betrokken zijn bij de uitwisseling van informatie. De inspecteur stelt dat deze persoonsgegevens niet relevant zijn voor de inhoudelijke behandeling van de zaak en dat openbaarmaking de privacy van deze personen schaadt.
Belanghebbende verzet zich tegen het verzoek tot geheimhouding omdat alle stukken meegewogen moeten worden, maar heeft geen bezwaar tegen een zitting indien nodig. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een mondelinge behandeling.
De rechtbank overweegt dat geheimhouding slechts kan worden toegestaan indien gewichtige redenen dit rechtvaardigen en dat het belang van bescherming van persoonsgegevens in dit geval zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij kennisneming. Daarom wijst de geheimhoudingskamer het verzoek toe en blijven de persoonsgegevens afgeschermd.
Uitkomst: Het verzoek tot geheimhouding van persoonsgegevens van buitenlandse behandelend ambtenaren wordt toegewezen.