Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 15 december 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[namen verzoekers]
[naam derde belanghebbende 1], te [woonplaats derde belanghebbende 1],
[naam derde belanghebbende 2], te [vestigingsplaats derde belanghebbende 2].
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
voorlopigevoorziening die noodzakelijk is in afwachting van een bodembeslissing. Afwijzing van een verzoek om een voorlopige voorziening over een besluit dat strekt tot openbaarmaking van stukken, heeft naar haar aard juist geen voorlopige strekking, maar een definitieve, onomkeerbare betekenis. Afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft immers tot gevolg dat de staatssecretaris de gevraagde informatie (gedeeltelijk) openbaar maakt. De openbaarmaking kan vervolgens feitelijk niet meer ongedaan worden gemaakt.
op korte termijnbeschikbaar moet komen aan het brede publiek. Omdat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen zwaarwegende belangen kunnen worden aangenomen die nopen tot
onmiddellijkeopenbaarmaking van de informatie, moet het verzoek, gelet op de hiervoor genoemde aspecten, worden toegewezen.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na de verzending van de uitspraak in de beroepsprocedure;
- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van € 360,- aan verzoeksters te vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 1.496,-.