ECLI:NL:RBZWB:2021:6404
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Hindriks
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens illegale prostitutieactiviteiten in woning
De Stichting TBV vordert ontbinding van de huurovereenkomst van een woning te Tilburg en ontruiming van de huurder wegens het exploiteren van een seksinrichting zonder vergunning. Toezichthouders en politie constateerden op 15 maart 2021 dat in de woning prostitutieactiviteiten plaatsvonden. TBV stelt dat dit een ernstige tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt.
De huurder betwist kennis te hebben gehad van de activiteiten en voert aan dat hij slechts tijdelijk logees had die zonder zijn medeweten prostitueerden. Hij beroept zich op de tenzij-clausule van artikel 6:265 BW Pro en wijst op het belang van zijn minderjarige dochter die in de woning verblijft.
De kantonrechter acht het verhaal van de huurder niet geloofwaardig, gelet op rapporten, foto’s en verklaringen. De huurder wordt geacht te hebben geweten van de illegale activiteiten en deze te hebben toegestaan, wat een tekortkoming vormt. Bij de belangenafweging prevaleert het belang van TBV boven het woonbelang van de huurder en zijn dochter.
De ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden toegewezen met een termijn van vier weken voor ontruiming. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het belang van het kind vormt geen beletsel voor ontbinding in deze zaak.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken wegens illegale prostitutieactiviteiten.