ECLI:NL:RBZWB:2021:6458
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Dit verzoek volgt op de intrekking van het beroep tegen de kostenvergoeding in bezwaar betreffende een naheffingsaanslag parkeerbelasting.
De rechtbank stelt de vergoeding voor beroepsmatige bijstand in de beroepsfase vast op €267, met een wegingsfactor van 0,5, conform het richtsnoer proceskostenvergoeding van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 november 2021. Deze vergoeding wordt toegekend naast de reeds overeengekomen kostenvergoeding voor de bezwaarfase.
Belanghebbende heeft daarnaast €49 aan griffierecht betaald, maar de wet biedt geen mogelijkheid om de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding hiervan. Wel moet de heffingsambtenaar dit uit eigen beweging doen volgens artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €267 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 17 december 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €267 aan proceskosten aan belanghebbende.