De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 december 2021 een minderjarige veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke brandstichting in een bedrijfspand te Goes, waarbij het pand volledig is afgebrand. De verdachte heeft samen met anderen kranten aangestoken en de brand verder aangewakkerd, zonder pogingen te doen de brand te beperken. De brand veroorzaakte aanzienlijke materiële schade en onrust in de omgeving.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van de verdachte en overige bewijsmiddelen. De verdediging voerde geen verweer tegen de bewezenverklaring. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn zwaarwegend: een belast verleden, PTSS, depressie, instabiele thuissituatie en psychische en fysieke mishandeling in het verleden. De verdachte woont nu met intensieve begeleiding en volgt onderwijs met individuele ondersteuning.
De rechtbank achtte het van belang dat de verdachte zich richt op behandeling, school en een stabiele woonsituatie om het recidiverisico te beperken. Daarom werd een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 33 dagen opgelegd, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden zoals begeleiding, schoolbezoek en therapie. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht. De rechtbank volgde daarmee deels het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, maar koos voor jeugddetentie in plaats van werkstraf vanwege de ernst van het feit en het belang van gedragsbeïnvloeding.