ECLI:NL:RBZWB:2021:6499
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesheffing omgevingsvergunning voor bouw rijhal en stalling
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de legesnota van €28.117,02 voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een rijhal en stalling. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar afgewezen en de rechtbank heeft het beroep behandeld.
De kern van het geschil betreft de grondslag van de legesheffing; belanghebbende stelt dat de leges onterecht zijn gebaseerd op de bouw van een rijhal en stalling, terwijl zij slechts een zonneweide wilde realiseren vanwege een gesneuvelde wijzigingsprocedure. De rechtbank oordeelt dat de leges terecht zijn geheven op basis van de aanvraag zoals ingediend, ongeacht het feit dat de vergunning niet wordt benut.
De rechtbank wijst het beroep af en overweegt dat het gemeentebestuur bevoegd is leges te heffen voor het in behandeling nemen van aanvragen conform de Verordening op de heffing en invordering van leges 2019. Het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen onvoorwaardelijke toezegging is gedaan. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesnota wordt ongegrond verklaard en de nota blijft ongewijzigd van €28.117,02.