ECLI:NL:RBZWB:2021:6503

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 december 2021
Publicatiedatum
21 december 2021
Zaaknummer
C/02/389356 / JE RK 21-1861
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens onvoldoende veilige opvoedomgeving

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 december 2021 besloten de ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen te verlengen van 8 december 2021 tot 8 maart 2022. De kinderen wonen bij hun moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent. De Raad voor de Kinderbescherming en de gezinsvoogd signaleren grote zorgen over de opvoedsituatie, waarbij de ouders onvoldoende in staat zijn om een veilige en passende opvoeding te bieden.

De moeder weigert medewerking aan hulpverlening en is overbelast door eigen problematiek, terwijl de vader eveneens niet in staat is de situatie te compenseren. De ouders richten zich meer op maatschappelijke problemen dan op de specifieke zorgen rond de kinderen. De kinderrechter benadrukt de sterke band tussen ouders en kinderen, maar uit zorg over het vermogen van de ouders om de opvoedsituatie te verbeteren.

De kinderrechter wijst een verlenging van drie maanden toe om de situatie te monitoren en nodigt de ouders uit om zich te laten bijstaan door een advocaat in gesprekken met de gezinsvoogd en de rechtbank. Een mondelinge behandeling is gepland op 24 februari 2022 om het resterende deel van het verzoek te bespreken, waarbij aanwezigheid van de ouders wordt verlangd.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen wordt verlengd voor drie maanden wegens onvoldoende veilige opvoedomgeving.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/389356 / JE RK 21-1861
Datum uitspraak: 2 december 2021

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad,
betreffende

[minderjarige 1] , geboren op 4 februari 2011 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op 2 juli 2012 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op 7 augustus 2014 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 3] ,

[minderjarige 4] , geboren op 7 februari 2016 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 4] ,

[minderjarige 5] , geboren op 9 juli 2018 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

locatie Middelburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:

[de man]

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] .

Het verdere procesverloop

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van de kinderrechter van 8 september 2021 en alle daarin genoemde
en vermelde stukken;
- de gezinsrapportage van de GI van 23 november 2021, ingekomen bij de griffie op 24 november 2021.
Op 2 december 2021 heeft de kinderrechter de zaak wederom tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn:
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de moeder;
- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] wordt uitgeoefend door de moeder.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van de kinderrechter van 8 september zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht gesteld met ingang van 8 september 2021 en tot 8 december 2021. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Nu moet over de resterende periode van 8 december 2021 en tot 8 september 2022 een oordeel worden gegeven.

Het standpunt van belanghebbenden

De Raad onderschrijft de mening van de GI, zoals weergegeven in de gezinsrapportage. De zorgen over de minderjarigen zijn groot en tot nu toe is er te weinig gebeurd om deze situatie te veranderen. Geprobeerd wordt om diverse vormen van hulpverlening te zetten. De moeder blijft echter haar medewerking weigeren. De Raad maakt zich zorgen of het voldoende zal zijn voor de minderjarigen. Verlenging van de ondertoezichtstelling is in het belang van de minderjarigen.
De GI heeft ter zitting verklaard dat er op dit moment geen zicht is op de opvoedsituatie van de minderjarigen. IPT is voorgesteld. De GI beraadt zich momenteel of een gezinsopname de volgende stap moet zijn. Nu de moeder niet aanwezig is tijdens de mondelinge behandeling, alsmede om de situatie op korte termijn opnieuw te bespreken, zou een verlenging voor de duur van drie maanden mogelijk het meest passend zijn.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengen (artikel 1:260, eerste lid, BW) voor de duur van drie maanden.
De kinderrechter komt tot deze beslissing op basis van het volgende. Er is geen verandering gekomen in de situatie van de kinderen zoals die in de vorige beschikking is besproken. Dit is zorgelijk. Met name gaat dat om het volgende. De moeder is door de combinatie van eigen problematiek en overvraging overbelast geraakt waardoor zij onvoldoende kan aansluiten bij de individuele behoeftes van de kinderen. Vader is onvoldoende bij machte deze zorgen te compenseren gezien zijn eigen problematiek. De ouders zijn op dit moment onvoldoende bereid en in staat zijn onder eigen verantwoordelijkheid die bedreiging weg te nemen.
Er bestaat daarnaast een extra zorg door de opstelling van de ouders, aangezien zij zich meer lijken bezig te houden met problemen van algemenere (maatschappelijke) strekking, dan met het bespreken van de zorgen over de minderjarigen en welke oplossingen hiervoor nodig zijn. De kinderrechter wil hierover graag met ze in gesprek en raadt de ouders aan om alsnog op zoek te gaan naar een advocaat die hen kan ondersteunen in de gesprekken met de GI en de kinderrechter. De kinderrechter benadrukt dat uit het dossier duidelijk naar voren komt dat de ouders een sterke band hebben met de minderjarigen en het goed lijken te willen doen. De kinderrechter heeft daarbij wel zorg over de vraag of de ouders in staat zijn om een goede opvoedingssituatie te organiseren en in stand te houden.. Om de situatie te kunnen blijven volgen zal de kinderrechter het verzoek toewijzen tot 8 maart 2022. Het resterende deel van het verzoek zal op een nader te bepalen mondelinge behandeling worden besproken, waarbij de ouders uitdrukkelijk worden verzocht om dan aanwezig te zijn.
De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk een week voor de nader te bepalen mondelinge behandeling schriftelijk verslag uit te brengen over het verloop van de ondertoezichtstelling. Daarnaast verzoekt de kinderrechter de Raad om uiterlijk een week voor de nader te bepalen mondelinge behandeling een schriftelijk standpunt in te nemen over het resterende deel van het verzoek.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] met ingang van 8 december 2021 en tot 8 maart 2022;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt het resterende deel van het verzoek aan tot de
mondelinge behandeling op 24 februari 2022 om 13:30 uurbij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, Kousteensedijk 2, 4331 JE in afwachting van de rapportage van de GI en het standpunt van de Raad over het resterend verzoek;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor de mondelinge behandeling voor de Raad, de GI, en de moeder. De vader zal bij aparte brief worden opgeroepen te verschijnen.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2021 door mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van F. Casant, als griffier.
(FC)
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 16 december 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.