ECLI:NL:RBZWB:2021:6557
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op Wob-bezwaar tegen informatieverzoek
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 10 maart 2021 over zijn verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van twaalf weken besloten op dit bezwaar, waardoor eiser een ingebrekestelling heeft gestuurd op 21 september 2021. Na het verstrijken van de termijn van twee weken na deze ingebrekestelling stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in gebreke is gebleven en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-.
Daarnaast moet verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 181,- vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 374,- betalen, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank kwalificeert de zaak als licht van gewicht, wat de hoogte van de vergoeding beïnvloedt.
De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig op 21 december 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.