ECLI:NL:RBZWB:2021:6559
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op Wob-bezwaar en vaststelling dwangsom
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 december 2020 over zijn verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. Ondanks een ingebrekestelling op 21 september 2021, is er geen besluit genomen binnen de vereiste termijn.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-.
Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van € 181,- en proceskosten van € 374,- aan eiser vergoeden. De rechtbank kwalificeert het geschil als licht en baseert de proceskostenvergoeding op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig en openbaar gemaakt op 21 december 2021. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.