ECLI:NL:RBZWB:2021:6572
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking bestuurlijke boete door minister
Verzoekster stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een bestuurlijke boete van €291.324,15 werd opgelegd. Tijdens de procedure trok de minister het besluit in en verklaarde het bezwaar gegrond, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan verzoekster was tegemoetgekomen en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten die verzoekster had gemaakt, met uitzondering van de kosten voor de door haar ingeschakelde adviseur. Deze adviseur voerde ondersteunende werkzaamheden uit, zoals het ordenen en presenteren van bedrijfsgegevens, en geen inhoudelijk deskundig advies, waardoor vergoeding daarvan niet toewijsbaar was.
De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding vast op €1.496,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en wees het griffierecht toe op grond van de Awb. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 21 december 2021.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.496,-, maar vergoeding van adviseurskosten wordt afgewezen.