ECLI:NL:RBZWB:2021:6575
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inzage en beoordeling bezwaren box 3 belastingaanslagen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2018 en 2019 van zijn ouders, omdat zijn vermogensbestanddelen daarin zijn betrokken. Na het verstrijken van de beslistermijn heeft verzoeker beroep ingesteld en vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om volledige inzage in stukken te verkrijgen en te voorkomen dat uitspraken op bezwaar worden gedaan zolang niet aan deze inzage is voldaan.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat aan de eis van connexiteit is voldaan, maar dat geen sprake is van onverwijlde spoed. De inspecteur heeft inmiddels uitspraken op bezwaar gedaan, die in de beroepsprocedure kunnen worden bestreden. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om de inspecteur te verplichten geen uitspraken op bezwaar te doen en om aanpassing van interne werkinstructies niet kan worden ingewilligd.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen sprake is van onverwijlde spoed en de bezwaren reeds door de inspecteur zijn behandeld.