ECLI:NL:RBZWB:2021:6577
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inzage en behandeling bezwaren box 3 belastingaanslagen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2018 en 2019 van zijn ouders, omdat zijn vermogensbestanddelen daarin zijn betrokken. Na het verstrijken van de beslistermijn heeft verzoeker beroep ingesteld en de rechtbank heeft de inspecteur opgedragen uitspraken op bezwaar te doen. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om de inspecteur te dwingen tot een hernieuwde zoekslag naar stukken, inzage daarin, en opschorting van uitspraken op bezwaar zolang niet alle stukken zijn verstrekt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de eis van connexiteit is voldaan, maar dat geen sprake is van onverwijlde spoed. De inspecteur heeft inmiddels uitspraken op bezwaar gedaan, die in een beroepsprocedure kunnen worden bestreden. De vraag of alle stukken zijn verstrekt is een zaak voor de bodemrechter. Daarnaast is het niet aan de voorzieningenrechter om de Staatssecretaris van Financiën of de directeur van de Belastingdienst te dwingen interne werkinstructies aan te passen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.