ECLI:NL:RBZWB:2021:658
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing invordering dwangsommen milieuovertredingen autopoetsbedrijf
Eiser exploiteert een autopoetsbedrijf en kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal dwangsommen opgelegd wegens het lozen van afvalwater met een te lage pH-waarde, in strijd met maatwerkvoorschrift 3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Na meerdere overtredingen heeft het college de verbeurde dwangsommen van in totaal €7.500,- ingevorderd. Eiser maakte bezwaar tegen deze invordering, stellende dat hij niet gehoord was en dat de hoogte van de dwangsommen disproportioneel was.
De rechtbank oordeelt dat het college wel degelijk aan de hoor- en zienswijzeplicht had voldaan door eiser in brieven te informeren en gelegenheid te bieden zijn zienswijze te geven. Tevens is vastgesteld dat de overtredingen daadwerkelijk plaatsvonden en dat eiser tegen het oorspronkelijke dwangsombesluit geen bezwaar had gemaakt, waardoor de hoogte van de dwangsommen niet meer ter discussie staat.
Eiser voerde aan dat hij inmiddels maatregelen had getroffen, zoals aanschaf van een pH-meter en automatische monitoring, maar de rechtbank vindt dat dit geen bijzondere omstandigheden oplevert om van invordering af te zien, zeker gezien de lange periode waarin de overtredingen plaatsvonden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de aangehaalde casus in een andere gemeente speelt en onvoldoende vergelijkbaar is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het college in haar besluit tot invordering van de dwangsommen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de invordering van de verbeurde dwangsommen wordt ongegrond verklaard.