ECLI:NL:RBZWB:2021:6620
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning tijdelijk zorggebouw
Verzoekers maakten bezwaar tegen de omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal voor het plaatsen van een tijdelijk zorggebouw op een perceel met de bestemming 'Maatschappelijk' en de bouwaanduiding 'gebouwen uitgesloten'. Zij vreesden dat het gebouw niet tijdelijk zou zijn en dat het plan in strijd was met het bestemmingsplan en de goede ruimtelijke ordening.
De voorzieningenrechter constateerde dat het bouwplan strijdig is met het bestemmingsplan, maar dat het college bevoegd was om op grond van artikel 2.12 Wabo en artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II bij het Bor af te wijken. De tijdelijkheid werd verzekerd door een vergunningstermijn van vijf jaar en de verplichting tot herstel van de oorspronkelijke situatie.
Verzoekers konden niet overtuigend aantonen dat het tijdelijke zorggebouw het woon- en leefklimaat zodanig aantast dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ook het alternatievenonderzoek van verzoekers was onvoldoende onderbouwd. Het spoedeisend belang werd beperkt geacht omdat het college voornemens was binnen korte termijn op het bezwaar te beslissen.
Gelet op deze omstandigheden en het voorlopige karakter van de beoordeling, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De vergunningverlening werd voorlopig als rechtmatig beschouwd en de bouwwerkzaamheden konden doorgaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het tijdelijk zorggebouw wordt afgewezen.