Eiseres, voormalig cateringmedewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan na uitval door een busongeluk met whiplash en nek- en armklachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij per 13 februari 2020 slechts 12,78% arbeidsongeschikt werd geacht, onder de 35% grens voor recht op WIA.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen concludeerde dat eiseres weliswaar klachten heeft, maar dat deze niet leiden tot voldoende beperkingen om een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) hield rekening met de klachten en beperkingen, en er was een redelijke verwachting op verbetering.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor bepaalde functies, wat de berekening van de arbeidsongeschiktheid ondersteunde. Eiseres voerde aan niet te kunnen werken, maar de rechtbank vond geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het UWV terecht de WIA-uitkering weigerde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.