ECLI:NL:RBZWB:2021:6644
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stelling bijstandsaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag om bijstand ingediend die op 5 juli 2021 door het college buiten behandeling is gesteld vanwege het niet overleggen van de gevraagde documenten. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening, welke op 5 augustus 2021 werd afgewezen.
In de huidige procedure vraagt verzoeker opnieuw om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter constateert dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven het eerdere oordeel te herzien. Het aangekondigde dossier met extra bewijsstukken kan niet worden betrokken bij de beoordeling omdat deze niet tijdig zijn ingediend voorafgaand aan het besluit.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het oordeel bij een voorlopige voorziening voorlopig van aard is en een belangenafweging vereist waarbij het belang van onmiddellijke uitvoering wordt afgewogen tegen het nadeel voor verzoeker. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten en het eerdere oordeel dat het college bevoegd en redelijk heeft gehandeld, wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buiten behandeling stelling van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen.