ECLI:NL:RBZWB:2021:6654
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
Verzoeker, mede-eigenaar en verhuurder van meerdere appartementen, maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om een woning voor vier maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen, stellende dat hij door de sluiting aanzienlijke financiële schade zou lijden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een financiële noodsituatie. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij door de sluiting in financiële problemen zou komen, mede omdat hij inkomsten uit andere appartementen heeft.
Daarnaast stelde de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is, aangezien de aanwezigheid van de hennepkwekerij niet werd betwist en de beoordeling van verwijtbaarheid en noodzaak van de sluiting in de bezwaarprocedure kan plaatsvinden. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen en kon verzoeker de uitkomst van de hoofdzaak afwachten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.