Eiseres ontving een Ziektewetuitkering die per 23 maart 2020 werd beëindigd door het UWV. Het UWV verklaarde het bezwaar van eiseres tegen deze beëindiging niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Eiseres stelde dat zij het besluit niet had ontvangen en geen afhaalbericht voor aangetekende post had gekregen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit aangetekend was verzonden aan eiseres, omdat geen koppeling kon worden vastgesteld tussen het besluit en de track & trace code van PostNL. Ook ontbrak een verzendbewijs of kopie van de verzendadministratie. Hierdoor was niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor bekendmaking van het besluit.
Omdat het besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt, was het niet in werking getreden en begon de bezwaartermijn pas op 29 april 2020, de datum waarop eiseres het besluit daadwerkelijk ontving. Het bezwaar van 12 mei 2020 was daarmee tijdig. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en beval een nieuw besluit op het bezwaar binnen zes weken.