Op 22 april 2021 werd verdachte tijdens een verkeerscontrole in Roosendaal betrapt op het voorhanden hebben van een pistool met vier kogelpatronen. De politie doorzocht na toestemming de auto van verdachte en vond het vuurwapen in een rugtas, verpakt in huishoudfolie. Verdachte verklaarde het wapen kort daarvoor te hebben gevonden en mee te nemen vanwege het gevaar voor kinderen.
De verdediging voerde aan dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat het bewijsmateriaal daarom uitgesloten moest worden, en dat verdachte geen opzet had op het voorhanden hebben van het wapen. De rechtbank verwierp deze verweren en achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bewust het wapen en de munitie bij zich had en daarover beschikte.
Bij de strafoplegging nam de rechtbank de ernst van het feit, het strafblad van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Hoewel het pistool geladen was, was het door de verpakking niet direct schietklaar. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 84 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 120 uur opgelegd. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht.