ECLI:NL:RBZWB:2021:6712

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
AWB- 21_2449
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift tegen boetebesluit

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het Centraal Administratie Kantoor (CAK), waarbij een boete aan hem was opgelegd. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en constateert dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken na de bekendmaking van het besluit op 26 januari 2021, waardoor de termijn eindigde op 9 maart 2021.

Eiser heeft het beroepschrift pas op 8 juni 2021 digitaal ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. Hij heeft als reden opgegeven dat hij vanwege een immuunziekte en de coronacrisis zichzelf niet aan externe invloeden wilde blootstellen en dat hij geen tijdige reactie ontving op zijn bezwaar. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen verontschuldiging vormen voor het te laat indienen van het beroepschrift.

De rechtbank wijst erop dat eiser, indien hij gedurende de beroepstermijn niet in staat was zelf tijdig te handelen, iemand anders had kunnen inschakelen om het beroepschrift in te dienen. Ook als de termijn zou worden gerekend vanaf de ontvangst van de beslissing op bezwaar op 18 februari 2021, zou het beroepschrift nog steeds te laat zijn ingediend. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/2449

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2021 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

en

Centraal Administratie Kantoor, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 januari 2021 (het bestreden besluit), inzake de oplegging van een boete aan eiser, beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Vast staat dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 26 januari 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 9 maart 2021.
Eiser heeft op 8 juni 2021 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend. Eiser heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Hij heeft op zijn aangetekende bezwaar geen tijdige reactie mogen ontvangen van het CAK. Op de beslissing op bezwaar van het CAK heeft eiser aangegeven dat hij de beslissing van 26 januari 2021 op 18 februari 2021 heeft ontvangen. Daarnaast geeft eiser aan dat hij in deze periode een behandeling kreeg in verband met een bij hem geconstateerde immuunziekte waardoor hij in het begin van de Coronacrisis zichzelf niet wilde blootstellen aan eventuele invloeden van buitenaf.
Het voorgaande is geen verontschuldiging voor dit verzuim. Indien eiser gedurende de gehele beroepstermijn van zes weken niet in staat zou zijn geweest om tijdig een, eventueel voorlopig, beroepschrift in te dienen, dan had hij zo nodig iemand kunnen verzoeken de post bij te houden en/of voor hem een (voorlopig) beroepschrift in te dienen. Daarnaast zou eiser ook te laat zijn geweest met het indienen van zijn beroep als uitgegaan zou worden van de datum van ontvangst van de beslissing op bezwaar van het CAK, 18 februari 2021, zoals door eiser is aangegeven.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.